Volstaat een contractueel beding om de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van een leasingmaatschappij door te schuiven naar de huurder en/of gebruiker van een voertuig?

© Jacques Vandeuren

1. In een arrest van 29 september 2020 diende het Hof van Cassatie zich uit te spreken over de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van een leasingmaatschappij in geval van een niet-tijdige keuring van een vrachtwagen.

2. Deze vrachtwagen – ingeschreven op naam van de leasingmaatschappij – werd permanent gebruikt door een huurder en bevond zich op 8 augustus 2017 op de openbare hoewel de technische keuring al geruime tijd was verlopen, meer bepaald sedert 28 januari 2017.

In het proces-verbaal van waarschuwing werd de leasingmaatschappij uitgenodigd om zich tegen uiterlijk 18 augustus 2017 in regel te stellen. De vrachtwagen werd uiteindelijk gekeurd op 21 augustus 2017.

3. De leasingmaatschappij werd desalniettemin op basis van deze feiten vervolgd voor schending van de artikel 24 van het KB Technische Eisen Voertuigen, met name het op de openbare weg laten bevinden van een niet-gekeurd voertuig.

In haar verweer liet de leasingmaatschappij o.a. gelden dat het economisch gebruik van het voertuig niet bij haar lag. Ook werd gesteld dat de verplichting tot tijdige keuring middels een contractueel beding aan de huurder werd opgelegd.

De correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge, wees dit verweer af in een vonnis van 8 november 2019. Aldus de rechtbank kon een contractueel beding de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de leasingmaatschappij niet uitsluiten. Verder was het aldus de rechtbank niet van belang of de leasingmaatschappij werkelijk het economisch gebruik van het voertuig had. De leasingmaatschappij had immers voordelen ten gevolge van deze constructie daar haar dit aldus de rechtbank minder administratie opleverde.

4. Het Hof van Cassatie bevestigde deze beslissing. In haar arrest stelde het Hof dat de regelgever met de geviseerde bepalingen beoogde om “diegene te treffen die heeft nagelaten, alhoewel daartoe gehouden, de nodige maatregelen te nemen teneinde de naleving van dit wettelijk voorschrift te verzekeren. Ook zij die op het ogenblik van de overtreding het voertuig niet economisch gebruiken op de openbare weg of het niet besturen kunnen zich aan dit misdrijf schuldig maken.”.

Het Hof stelde verder dat het aan de feitenrechter – in dit geval de correctionele rechtbank West-Vlaanderen, afdeling Brugge – toekomt om te oordelen of de eigenaar van het voertuig zich in het licht van de concrete omstandigheden van de zaak schuldig maakte aan de geviseerde overtreding. Op grond van de voormelde redenen (cf. randnummer 3, in fine) oordeelde de rechtbank aldus het Hof terecht dat de leasingmaatschappij – als eigenaar – had nagelaten de nodige maatregelen te nemen.

5. Leasingmaatschappijen zijn bij deze dus gewaarschuwd. Een contractueel beding volstaat op zich niet om zich van strafrechtelijke verantwoordelijkheid te ontdoen wanneer een voertuig niet tijdig bij de technische keuring wordt aangeboden.

Dit belet ons inziens evenwel niet dat het nemen van concrete maatregelen er effectief toe kan leiden dat men strafrechtelijk verantwoordelijkheid kan ontlopen. Er kan moeilijk worden verwacht dat de leasingmaatschappij zelf naar de technische keuring zou gaan, temeer daar zij het voertuig niet onder zich houdt. Ook heeft zij geen enkele mogelijkheid om dwangmaatregelen te nemen teneinde de huurder tot keuring te bewegen.

Het zal er dan echter op aankomen om de huurder van het voertuig in kwestie tijdig en op doortastende wijze aan te manen om zich naar de technische keuring te begeven. Een contractueel sanctiemechanisme dat de verhuurder – na voorafgaande aanmaningen – sanctioneert in geval van niet naleving van de plicht tot technische keuring, lijkt te kunnen beantwoorden aan het nemen van de nodige maatregelen. Of dit de toets van de rechtbanken zal doorstaan, valt uiteraard nog af te wachten…

Overzicht >

// Deel dit bericht